Gavekamp: even meelopen

Gavekamp: even meelopen

drie gave‘Jaap, wil je even meelopen?’, klonkt het met enige regelmaat. Een van de leiding die een heftig verhaal gehoord had. Een tiener die wilde onderhandelen over de slaaptijden. Een moslim die wilde weten hoe iets in de bijbel stond. Een jongen die de opdracht had gekregen om iets leuks te doen voor iemand, maar niet wist welk meisje bij die naam hoort.

Dat de week niet alleen maar makkelijk is, kom je ook snel genoeg achter. Er zijn veel dingen die energie geven, maar ook verhalen die je raken. Verhalen die me echt veel pijn doen.

Iemand vertelde me dat ze zich volledig ongewenst voelde. Dat haar ouders dit ook aan haar hadden verteld toen ze nog op de basisschool zat. Haar moeder heeft zich laten vallen toen ze zwanger was, om een miskraam proberen te veroorzaken.

11825746_1008930592480197_6355399112479027283_nEen van de jongens laat weinig van zichzelf zien. Contact krijgen is moeilijk, de taal helpt er ook niet bij. Dan kom je erachter dat hij op kamp moet. Zijn familie dwong hem.

Dat geldt ook voor een andere tiener, die al 3 keer achter elkaar op kamp ging. Zo kon het gezin zelf op vakantie gaan.

Daarnaast blijven vluchtverhalen ook heftig. Hoe ze opgesloten hebben gezeten bij mensenhandelaren, of hoelang ze al zonder familie zijn. Niet alles kan verteld worden, veel jongeren zijn al vroeg traumatisch belast.donya

Als je voor het eerst zulke verhalen hoort, weet je soms niet wat je overkomt. Dit geldt voor Nederlandse tieners die mee gaan, maar ook voor nieuwe leiding. Trouwens, ik wen er ook niet aan. Absoluut niet.

Ik heb het mezelf wel eens kwalijk genomen. Dat ik een stabiele opvoeding heb gehad, dat ik amper wat heb meegemaakt in m’n leven. Het voelt zo oneerlijk als je hun verhalen hoort. Waarom is dat niet gelijkwaardig verdeeld? Ik zie het voor mezelf steeds meer als enorme zegen. Hierdoor kan ik geven. Ik kan luisteren. Ik heb ruimte in mijn hoofd voor het verhaal van iemand anders. Veel jongeren zijn zo belast, dat ze dit niet kunnen naar anderen. Maar wel heel hard nodig hebben voor zichzelf.

11855783_917316565001207_1252679136639076935_n

Na een week komt het loslaten. Je probeert soms nog wat contact te houden, of iemand in de omgeving te zoeken die contact gaat leggen. En ik blijf voorlopig voor hen bidden, want God bewaart het overzicht.

foto 1: samen met twee andere leiders

foto 2 en 3: netjes voor het speciaal diner

foto 4: met m’n zus. Tjah, wie is er gekker?

Onmacht en trauma

Onmacht en trauma

pistoolJe zit vol met woede, wat heb jij gezien?
Je bent een kleine jongen, nog geen jaar of tien.
In de grote wereld, die jou niet begrijpt
lees ik haat in je ogen, achter vrolijkheid.

Zeg het me kleine vriend, vertel het me gerust.
Ik blijf even bij je staan, draag de steen op je rug
met je mee, zo lopen we samen door het leven heen,
een stukje verder.

Hij zegt me: “ik ben nog maar een jaar of 8,
kom uit Colombia en dat zit in mijn gedachte, elke dag – ik kom er niet vanaf!-.
Ik heb pistool gezien, geweld gezien,
ik ben boos, wat moet ik doen, weet jij ‘t misschien?

De wanhoop in zijn stem doordrong in mij

Hier in Nederland ben ik een jaar of wat,
mijn vader is hier bijna opgepakt.
De politie in ons huis, gingen naar hem zoeken,
maar hij woont niet bij ons, zit alleen met mijn moeder.

Ik heb pistool gezien, geweld gezien,
ik ben boos, wat moet ik doen, weet jij ‘t misschien?”

In de grote boze wereld, die jou niet begrijpt
lees ik haat in je ogen, en de eenzaamheid.

De onmacht die hij voelt, geeft me diepe pijn.
Ik wil graag even met hem samen zijn,
hier op zijn vlucht, ‘k heb hem gezien.
Ik bid tot God, wat moet ik doen

Weet jij ’t misschien?

Verstopt verdriet

Verstopt verdriet

voetballerElke keer ben ik nieuwsgierig hoeveel jongens er mee gaan. Dat weet je nooit van tevoren. Soms is het een groepje van 5, maar soms zijn er rond de 20 asielzoekers die mee willen. Dat is best belangrijk voor de spellen die we doen.

Zoals altijd beginnen we met paaltjesvoetbal. Een leuke start en gelijk kan je even zien hoe de groep is. Hoe gaan de 18 jarigen om met de 12 jarigen? Kunnen ze tegen hun verlies? De bal wordt hard geschoten en al snel ben ik doelwit. Natuurlijk willen ze laten zien dat ze beter kunnen voetballen dan ik. Een beetje uitlokken van mijn kant maakt ze nog fanatieker. Tegelijk probeer ik de namen uit mijn hoofd te leren. Mohammad, Mohammud, Dawid, Aswat, Kareem, Zaid..

Tot er hard tegen een paaltje geschoten werd. De bal vliegt door de lucht, net als het paaltje. Dat laatste komt tegen het hoofd van Kareem aan. Ik zag dat het niet zo hard er tegenaan kwam, gelukkig. Toch zakt hij in elkaar op de grond en blijft even liggen. Gelukkig heb ik BHV, maar ik snap niet wat er gebeurd. Ik ren er opaf en stel wat vragen.

 Het is wel een heftige reactie voor een tik tegen je hoofd. Hij geeft antwoord in gebroken Nederlands en zegt dat alles goed gaat. Hij wil dat we doorspelen.

Op de terugweg in de auto probeert Kareem het me uit te leggen. ‘Jaap, ik dacht aan granaat’, zegt hij, ‘in mijn land kwam die stukje 5 centimeter boven mij hoofd, ik kon dood zijn’. Zo goed als hij kan probeert hij het uit te leggen, maar barst in tranen uit. Een hand op zijn knie, meer kan ik niet doen vanachter het stuur. Een herbeleving van een oorlogstrauma.

Bij het AZC aangekomen stond zijn gezicht gelijk weer op ‘normaal’. De andere jongens mogen niet zien dat hij verdriet had. Ik wel. ‘Jaap, wanneer kom je praten?’.