Jongerenkamp

Jongerenkamp

Dit is een week waar elk jaar weer naar uitgekeken wordt door de jongeren. Zeker als asielzoeker. Als je zes weken vakantie hebt en je verveelt je nogal veel… Maar ook ik kijk er weer naar uit! Ik kende dit jaar al veel jongeren en het is altijd een bijzondere week.

Een Nederlandse deelneemster vraagt me: ‘Jaap, op kamp eten jullie toch geen moslim?’. Klopt helemaal, sowieso eet ik ze niet. Maar we houden rekening met eten, dus is het geen varkensvlees deze week.

Een Somalische jongen wijst me op de aardbeienjam. ‘Deze is echt goede groente! Echt gezond. Jij niet eten chocolat (pasta)’. Samen keken we op het potje en toen zagen we dat er behalve de aardbeiengroente toch ook 50% suiker in zat. Aan het einde van de week at hij voornamelijk kaas, soms zelfs met ogen dicht van moeheid.

Voor mij is deze week echt praktisch doen wat Jezus in de bijbel van ons vraagt. Zorgen voor diegenen die het moeilijk hebben, oprecht mijn tijd en aandacht delen, liefde verspreiden. Het is schrijnend om te zien hoeveel heftige dingen ze mee hebben gemaakt. De eenzaamheid is soms groot, de agressie binnen het gezin heftig, de traumatische ervaringen veel, en het vertrouwen in anderen weinig.

God heeft mij echt gezegend met een stabiele situatie, daardoor kan ik er zijn voor de mensen om mij heen. Als je zelf veel problemen hebt, heb je vaak minder ruimte om te luisteren naar andermans problemen. Ik kan letterlijk mee lijden met anderen. Hun situatie raakt me, maar ik mag het samen met de jongeren biddend bij God brengen.

Uiteraard hebben we ook veel lol.

Als alle tieners op bed liggen, wordt er door de leiding nog even een kussengevecht op poten gezet. Als alle leiding op bed ligt, wordt er door de tieners nog scheerschuim in gezichten gesmeerd.

Elk jaar moet ik mijn achternaam weer uitleggen. Ik ben niet Jaap van het kamp. Nee.

Wel ben ik verslaafd geworden. Ja.