Verstopt verdriet

Verstopt verdriet

voetballerElke keer ben ik nieuwsgierig hoeveel jongens er mee gaan. Dat weet je nooit van tevoren. Soms is het een groepje van 5, maar soms zijn er rond de 20 asielzoekers die mee willen. Dat is best belangrijk voor de spellen die we doen.

Zoals altijd beginnen we met paaltjesvoetbal. Een leuke start en gelijk kan je even zien hoe de groep is. Hoe gaan de 18 jarigen om met de 12 jarigen? Kunnen ze tegen hun verlies? De bal wordt hard geschoten en al snel ben ik doelwit. Natuurlijk willen ze laten zien dat ze beter kunnen voetballen dan ik. Een beetje uitlokken van mijn kant maakt ze nog fanatieker. Tegelijk probeer ik de namen uit mijn hoofd te leren. Mohammad, Mohammud, Dawid, Aswat, Kareem, Zaid..

Tot er hard tegen een paaltje geschoten werd. De bal vliegt door de lucht, net als het paaltje. Dat laatste komt tegen het hoofd van Kareem aan. Ik zag dat het niet zo hard er tegenaan kwam, gelukkig. Toch zakt hij in elkaar op de grond en blijft even liggen. Gelukkig heb ik BHV, maar ik snap niet wat er gebeurd. Ik ren er opaf en stel wat vragen.

 Het is wel een heftige reactie voor een tik tegen je hoofd. Hij geeft antwoord in gebroken Nederlands en zegt dat alles goed gaat. Hij wil dat we doorspelen.

Op de terugweg in de auto probeert Kareem het me uit te leggen. ‘Jaap, ik dacht aan granaat’, zegt hij, ‘in mijn land kwam die stukje 5 centimeter boven mij hoofd, ik kon dood zijn’. Zo goed als hij kan probeert hij het uit te leggen, maar barst in tranen uit. Een hand op zijn knie, meer kan ik niet doen vanachter het stuur. Een herbeleving van een oorlogstrauma.

Bij het AZC aangekomen stond zijn gezicht gelijk weer op ‘normaal’. De andere jongens mogen niet zien dat hij verdriet had. Ik wel. ‘Jaap, wanneer kom je praten?’.

Ramadan kareem!

Ramadan kareem!

ramadan kareem

Het is ramadan! Het vasten van de moslims heeft ook invloed op mijn werk. Zullen er nog wel jongens meegaan met sporten als ze geen water mogen drinken?

Als ik rondloop, word ik vanuit de verte geroepen. Er zijn altijd kinderen die meewillen. Een meisje vraagt me ‘Jaap, mag ik ook mee? Ik ben ook een jongetje’. Glimlachend geef ik haar antwoord. Ze baalt.

Ik loop langs de kamers van een paar asielzoekersvrienden. Ik nodig hen uit en vraag of ze vrienden mee willen nemen. Op de parkeerplaats verzamelt zich al een groep van 15 jongens! Ze vinden de afleiding juist prettig, leggen ze me uit in jip-en-janneketaal.

Tijdens het sporten gaan de  jongens regelmatig  even zitten. Ze zweten niet echt dit keer, maar zijn wel moe. Ik heb wel eens meegemaakt dat een jongen zijn mond spoelt met water en het vervolgens weer uitspuugt. Ook dat willen de jongens niet.

Op school heb ik de Ramadan ook besproken in de klas. Er is zelfs een kind in de klas dat er meer van weet en wel eens heeft meegedaan. Deze 30 dagen zorgen voor een totaal ander leefritme. Na zonsondergang mag je eten, net voor zonsopgang gebeurt dat ook. Best apart, dit betekent dat ze in Nederland 18 uur lang niet eten. In Somalië is dat op dit moment zo’n 12 uur. ’s Winters is dit ook makkelijker dan nu.

De moslims die ik ken doen hieraan mee, behalve diegene die zwanger of bijvoorbeeld diabeet is. Dan mogen ze het later inhalen of een offer brengen. Die vraag werd in de klas ook gelijk gesteld. ‘Hij doet niet mee hè, brengt jouw vader nu een offer?’

Op het AZC vertelt een meisje me over wat wel en niet mag. ‘Als ik jongen zie, ik moet naar grond kijken en niet denken’. Maar mij gaf ze gewoon een hand en keek ze in de ogen aan. Ze legde uit dat dat niet erg is. ‘Alleen voor echt leuke jongens’ zegt ze dan.

‘En bedankt’ schiet er met een glimlach door m’n hoofd.

Jap, jij kom fandag?

Jap, jij kom fandag?

Als ik het scherm van mijn laptop openklap, komt er gelijk een melding. Ik herken het meteen. Facebook. Het berichtje komt van Abdul, een jongen uit Syrië. “Jap, jij kom fandag?”. De jongensclub is maar een keer per maand. Hij vindt het veel te weinig, ik eigenlijk ook. “wat sport wij doen folgende kirr?”

De jongens genieten als het weer zover is. Als ik op vrijdagavond op het AZC loop, vragen ze allemaal of ze mee mogen. Ze kennen de leeftijdsgrens, dus iedereen is ouder dan 12. Ook als ze niet groter dan 1 meter zijn. Want vervelen is vervelend! Het zou toch geweldig zijn om met die grote jongens mee te mogen..

Als we de jongens meenemen naar de gymzaal, vertellen ze vanalles. Over school, dat Nederlands een lastige taal is. Of dat hun oma bij hun op de kamer is komen wonen. Soms delen ze iets over wat ze hebben meegemaakt of wat ze lastig vinden. Het sporten zorgt ervoor dat ze even uit hun lastige situatie komen op het asielzoekerscentrum. Ze zijn dankbaar dat we luisteren en er even voor hen zijn.

Toch ook wel vreemd. “Waarom doen jullie dit eigenlijk voor ons?”, was een vraag die direct gevolgd werd door en andere “hoeveel geld verdienen jullie hiermee?”. Ze hebben mn autootje al wel gezien en snappen heus wel dat die niet veel gekost heeft. Dan is er een gouden momentje waarbij ik uit kan leggen dat God me zoveel gegeven heeft, dat ik door mag geven.

Aan het einde komt Abdul weer naar me toe. “Jap, dank je wel man! Folgende week jij bent hier?”