Beverwijk: de zwarte markt

Beverwijk: de zwarte markt

IMG-20160306-WA0000Of ik een dagje mee ging. Gewoon in m’n vrije tijd. Dit is een mooie plek Jaap! Twijfelend over hun bedoelingen, zei ik toe. Asielzoekers kunnen gebruik van je maken, houden verschillende mensen me voor. En ja, die bestaan er ook. Ik heb een auto, en die jongens willen naar Beverwijk. Ga ik mee als taxi of als vriend?

Beide jongens heb ik geholpen met verhuizen. Ik heb regelmatig contact met de ene, Mohammad. Met Abdul wat minder. Hij is druk met school en neemt wat minder initiatief. Als ik ze ophaal van het station, bieden ze me als eerste een energiedrankje aan. Samen aan de goedkope troep, schept toch een band. Abdul zegt het gelijk: ‘Jaap, ik ben heel druk met school en werk, dat weet je he? Maar jij bent echt een vriend, je bent de eerste Nederlandse vriend!’.

We rijden door Nederland, ondertussen word ik goed geobserveerd. Kijk ik wel goed in mijn spiegels? Hoe haal ik iemand in? Mohammad heeft net zijn rijbewijs gehaald en alle regels komen nog eens voorbij. Bij aankomst blijkt dat we veel Afghanen tegenkomen daar, de cultuur waar deze twee jongens ook vandaan komen.

Elke boodschap die ik doe willen ze voor mij betalen. Ook het parkeren en het samen eten. Ze maken grappen over dat ik blank ben, dus met geld moet strooien. Ondertussen bewijzen ze het tegenovergestelde.

Ik moet heel duidelijk zijn, als ik sommige boodschappen echt zelf wil betalen. Trots vertellen ze over hun cultuur, laten ze me dingen proeven en nemen ze me mee naar een plekje waar toch echt de rijst het beste is. Mooie vrienden.bazaar

Ik schaam me ondertussen dat ik ’s ochtends even had gedacht dat ik mee mocht voor mn auto. Natuurlijk is dat handig. Met een volgepakte bak rijd ik die middag weer terug. Ook aan het einde krijg ik nog extra groente en fruit, wat de jongens niet mee willen nemen naar hun eigen huis. Dat is echt voor mij.

Het is mooi als er zulke wederkerige contacten ontstaan. Dit gebeurt me echt niet altijd, maar ik voel me wel gezegend dat ik Afghanen ken. En ik leer weer over hun gastvrijheid en vrijgevigheid. Ik leer weer veel van hen, maar ook over hen. Aan het einde is de vraag onvermijdelijk ‘wanneer gaan we weer?’.