rugtasactie – uitdelen op AZC!

rugtasactie – uitdelen op AZC!

 

DSC_2206De kinderen in de klas gingen rechtop zitten. “Ik wil echt heel graag mee!”, klonk het van verschillende kanten. Spannend wie het nu zou worden. Er mogen er namelijk maar drie mee. Toen de kinderen naar huis mochten, kwamen gelijk al een paar ouders in de klas. ‘Wat ben je precies van plan?’.

Op de dag zelf haalde ik vier stuiterende kinderen op. Vier. Want er wilden er wel 18 mee, maar dat pas niet in mijn auto. Misschien toch eens een busje aanschaffen. De vragen kwamen gelijk al. ‘kunnen ze Nederlands? Wonen er veel mensen? Kent u ze allemaal? Gaan we alle kinderen iets geven?’.

Een tijdje terug hebben we op school tasjes gevuld, met speelgoed en ander kindermateriaal. Net als vorig jaar trouwens. Als je in het AZC woont, dan is het niet zo leuk om vakantie te hebben. Wat moet je doen? Of wat kan je eigenlijk doen? Door verveling ga je jouw eigen land nog extra missen.

Enthousiast stappen we de auto uit. De tasjes laden we in twee grote draadcontainers, waar normaal op het AZC linnengoed in vervoerd wordt. Samen met een bevlogen COA-medewerker gaan we op pad. Zij heeft een lijst met kamernummers en leeftijden, wij hebben de tasjes en knuffels.

Een deur draait open. Een slaperig hoofd komt om de hoek, het is al 8 uur ’s avonds. Een grote glimlach verschijnt als het idee duidelijk wordt. Er wordt een kind geroepen en die mag het tasje aanpakken. Dolgelukkig wordt het gelijk opengemaakt.

De kinderen uit mijn klas zijn onder de indruk. De vinden de kamers klein. En het is lastig dat ze nog niet allemaal Nederlands kunnen. Sommigen zijn echt nog maar een paar dagen in Nederland. Ze vinden het wel heel mooi om te doen.

Wat het leukste was? ‘Dat de kinderen echt heel erg blij werden!’

 

Kerst – er is genoeg!

Kerst – er is genoeg!

 

vlaardingerbroekMijn telefoon ging. Een van de vrijwilligers belde. ‘Komt er nog een auto die kant op?’. Diegene die alle chauffeurs regelde stond al naast me en niet meer bij het AZC. Komen er nu echt nog meer mensen naar ons toe? Dan gaan we nu weer rijden!

Voorgaande jaren waren we wel groepen van 100 man gewend. Maar nu bleef het maar stromen. Elke keer is het weer spannend om kerst te vieren, ook praktisch gezien. Want hoeveel mensen er komen, weet je pas op het moment dat ze er zijn. Hoeveel eten heb je dan nodig? En heb je genoeg plek om te zitten?

 

Dit jaar waren er zelfs kerstpakketten geregeld, maar hoeveel heb je er nodig en hoe verdeel je die? En toch komt dit ook elk jaar weer goed. We maken er ons al geen zorgen meer over, we regelen, organiseren en bidden dat het goed zal komen.

Met zo’n 160 vluchtelingen, van oud tot jong, kijken we naar een voorstelling van Matthijs Vlaardingerbroek. Hij kan het verhaal visueel maken, zodat veel mensen begrijpen wat de boodschap is. Vooral voor kinderen was het leuk en daarom genoten de ouderen ook heel erg. Het was helder: “God geeft Zijn Zoon, uit liefde voor de wereld. God wil dicht bij ons zijn, Hij wil Zaligmaker zijn”.

Na met elkaar gegeten te hebben, in een extra zaal nog even extra tafels gedekt, was de middag voorbij. Mooi om dit te mogen vieren met elkaar. Mooi om tijd te hebben om koffie te drinken en aandacht te hebben voor de vluchtelingen. Er waren zelfs een paar jongens die net  verhuisd waren. Speciaal om hier bij te kunnen zijn.

De tafel met anderstalige lectuur was aan het einde erg leeg. Ik hoop en bid dat Jezus ook hun hoop mag worden. Licht in het donker. Om zo echt een zalig kerstfeest te hebben!

 

uitnodiging

Het is echt belangrijk

Het is echt belangrijk

google maps‘Kan je kom snel? Is echt belanrike vraag voor ji’, zegt Mahmoud tegen mij. Eigenlijk was ik niet van plan om naar het AZC te gaan, maar ik had die avond zowaar tijd. Wat zou er zo belangrijk zijn? Soms proberen mn asielzoekersvrienden het voor elkaar te krijgen dat ik vaker op bezoek kom. Zou het wel echt belangrijk zijn?

Ach. En anders maar niet. Echt contact met iemand heeft meer waarde dan een oordeel of het wel of niet belangrijk is wat diegene vraagt.

Mahmoud is blij verrast als ik meteen langs kan komen. Had hij niet verwacht. Als snel praten we over de taalschool, het saaie leven op het AZC, het lange wachten op zijn huis en de dingen die hem bezig houden. In tegenstelling tot anderen vraagt hij ook vaak naar mij. ‘Hoe gat het met werk?’ en ‘wat betekent ‘ik geloof het niet’’?

Opeens komt zijn vader binnen lopen. Verontschuldigend dat hij later was. Maar met een brief in zijn hand die het gesprek volledig laat veranderen. Mahmoud helpt mij met Arabisch leren, maar nu zegt hij ‘hier google translate die papier’.

Op Google Maps  kijken we samen naar zijn nieuwe huis. ‘Is echt mooi toch?’, vraagt hij mij. ‘Hoeveel kamer voor slapen is daar?’. We proberen zo veel mogelijk op te zoeken en in jip-en-janneketaal om te zetten. De afspraak staat duidelijk op papier. Echt belangrijk om op tijd te zijn, dat begrepen vader en zoon wel. Ze zijn erg benieuwd naar hun nieuwe woonplaats. ‘Waar is de supermarket?’ vraagt de vader aan me. Ik zit er nog wel even. De vragen zijn nog lang niet over. En of het belangrijk was. Dit had hij niet kunnen vermoeden.

Aan het einde van de avond verzucht Mahmoud een keer ‘ik wil geen huis, ik wil mijn familie terug’. Als je vlucht, zie je wat echt belangrijk voor je is.

Speelgoedactie

Speelgoedactie

Ook dit jaar is rond de kerst een speelgoedactie gehouden voor asielzoekerskinderen. Een vakantie is een ramp in het AZC. De hele dag niks doen, is toch niet leuk? Dan maar weer een rondje rijden op de fiets, als die het nog doet. Of anders rennen.

hanna tasjes

Daarom is jaren geleden een speelgoedactie begonnen bij AZC Leersum. In een kerk zijn er rond de 60 tasjes gevuld en uitgedeeld op het AZC. Dat beviel goed! Jaar naar jaar werd het iets groter, totdat ik het dit jaar via stichting Gave en stichting de Samaritaan heb opgepakt. Nu zijn er rond de 600 tasjes uitgedeeld op verschillende AZC’s(Utrecht, Leersum, Amersfoort, Ter Apel en andere).

Als je door de gang loopt en je klopt op een deur, dan gaat deze verwachtingsvol open. Wie zou er zijn? Als het blijkt dat de kinderen iets krijgen, zie je hun ogen gaan glimmen. ‘Echt helemaal voor mij?’, is een reactie die we kregen.Ook ouders genieten ervan. Natuurlijk maak je je zorgen, als je kind niks te doen heeft.

Het mooie is dat de COA (beheer van het AZC) graag meewerkt hieraan. Ze zien het effect en daarom mogen we uitdelen aan elk kind op het AZC. Baby’s krijgen een knuffeltje en 3-12 jaar een rugtas vol met speelgoed. Door het uitdelen vragen de mensen ons later op bezoek, of vragen ze waarom we dit doen.

Volgend jaar kunnen we misschien de actie weer herhalen, dat gaan we wel proberen. Hoe we dit doen is nog niet zeker, maar we kunnen u op de hoogte houden. Stuur me gerust een mail.

Dit jaar is de actie mogelijk gemaakt door veel kerken en een basisschool. Ook relatiegeschenkenbureau Maxilia droeg hieraan bij. Iedereen bedankt!

maxilia.nl

Deze actie is mogelijk doordat ik een achterban heb. Door uw gift, kan ik investeren in het asielzoekerswerk. Uw hulp is hard nodig. Samen kunnen we zo betekenisvol zijn voor vluchtelingen! Maak ook een gift over op: 

IBAN NL54 INGB 0006 4722 46 op naam van ‘Stg Gave tbv Jaap vd Kamp. Deze rekening heeft een ANBI-keurmerk!

Verstopt verdriet

Verstopt verdriet

voetballerElke keer ben ik nieuwsgierig hoeveel jongens er mee gaan. Dat weet je nooit van tevoren. Soms is het een groepje van 5, maar soms zijn er rond de 20 asielzoekers die mee willen. Dat is best belangrijk voor de spellen die we doen.

Zoals altijd beginnen we met paaltjesvoetbal. Een leuke start en gelijk kan je even zien hoe de groep is. Hoe gaan de 18 jarigen om met de 12 jarigen? Kunnen ze tegen hun verlies? De bal wordt hard geschoten en al snel ben ik doelwit. Natuurlijk willen ze laten zien dat ze beter kunnen voetballen dan ik. Een beetje uitlokken van mijn kant maakt ze nog fanatieker. Tegelijk probeer ik de namen uit mijn hoofd te leren. Mohammad, Mohammud, Dawid, Aswat, Kareem, Zaid..

Tot er hard tegen een paaltje geschoten werd. De bal vliegt door de lucht, net als het paaltje. Dat laatste komt tegen het hoofd van Kareem aan. Ik zag dat het niet zo hard er tegenaan kwam, gelukkig. Toch zakt hij in elkaar op de grond en blijft even liggen. Gelukkig heb ik BHV, maar ik snap niet wat er gebeurd. Ik ren er opaf en stel wat vragen.

 Het is wel een heftige reactie voor een tik tegen je hoofd. Hij geeft antwoord in gebroken Nederlands en zegt dat alles goed gaat. Hij wil dat we doorspelen.

Op de terugweg in de auto probeert Kareem het me uit te leggen. ‘Jaap, ik dacht aan granaat’, zegt hij, ‘in mijn land kwam die stukje 5 centimeter boven mij hoofd, ik kon dood zijn’. Zo goed als hij kan probeert hij het uit te leggen, maar barst in tranen uit. Een hand op zijn knie, meer kan ik niet doen vanachter het stuur. Een herbeleving van een oorlogstrauma.

Bij het AZC aangekomen stond zijn gezicht gelijk weer op ‘normaal’. De andere jongens mogen niet zien dat hij verdriet had. Ik wel. ‘Jaap, wanneer kom je praten?’.

Mijn vriend Mohammad

Mijn vriend Mohammad

jaap en mohamad

Hij is een van mijn eerste contacten op het AZC. “Meneer, mag deze kast ook ergens anders staan?” vroeg hij mij. Hij dacht dat ik een van de medewerkers was, maar ik ben bezoeker. “Weet ik niet! Maar wat is jouw naam? Wil je een keer mee sporten met de jongensclub?”. Later hielp hij mee met het organiseren van die avonden.

Ik heb veel herinneringen aan hem. Gelukkig heeft hij een huis en gaat het goed. Een start in Nederland is vaak nog best lastig, maar hij wil echt iets maken van zijn leven.

Uren heb ik doorgebracht op zijn kamer op het AZC. “Hoe zit dat met de christenen? Is iedereen christelijk in Nederland? En waarom mag alles bij de christenen?” Als snel gaan de gesprekken over geloof, in hun culturen is dat sowieso veel gebruikelijker dan bij ons. Er is veel uit te leggen, ook ik leer veel over de islam.

In zijn kleine kamer, zittend op zijn bed, lachen we ook veel. Wat kan je wel tegen een meisje in Nederland zeggen en wat niet? Veel van zulke gesprekken gaan over het dagelijks leven.

Aan de toekomst denken is ver weg, daar heb je hoop voor nodig. Iets wat hij op het asielzoekerscentrum niet veel meer had.

Wat hebben we veel schoongemaakt in zijn huurhuisje. Ook dan flinke gesprekken gehad trouwens. “Waarom zeggen jullie dat God een Zoon heeft? Geloof je in een godenfamilie? Dat is toch spotten om te zeggen dat God iets gedaan heeft om een kind te krijgen?”

Ons contact is nog lang niet over. Door de afstand wel minder, helaas.

Naar huis!

Naar huis!

Ik geniet ervan om iemand naar zijn huis te kunnen brengen. Weg van het AZC, starten met een leven hier. Ik zie de hoop weer terugkomen in zijn ogen. Laten we hem Abdullah noemen.

Zijn huis is kaal, maar hij is er trots op. Een mooie starterswoning in het westen van het land. Blij pakt hij alles aan wat ik heb meegenomen. Er is geen plek om te koken, hij weet ook niet waar een goedkoop kookplaatje te koop is. Gelukkig heb ik een elektrische éénpitter bij me, goed om even mee vooruit te kunnen. In zijn omgeving heeft hij een contactpersoon toegewezen gekregen. Die komen ze af en toe, maar er zijn ook mensen met een gouden hart. Die komen vaak. Helaas, Abdullah heeft pech. Hij zal zijn start zoveel mogelijk zelf uit moeten zoeken. Als ik samen met hem zijn brieven bekijk, zie ik dat hij al snel een afspraak met de gemeente heeft. Het valt me op hoeveel tekst er eigenlijk in zo’n brief staat.

Ook Dawoed heb ik geholpen met verhuizen. Ik krijg spullen die ik weer uit kan delen. Dekbedden, borden en andere praktische materialen. De jongens zijn dankbaar voor alles wat je geeft, vandaar dat ik meestal zelf inschat wat ze goed kunnen gebruiken. Dawoed heeft geluk met zijn contactpersoon van Vluchtelingenwerk. Ze staat al bij zijn huis te wachten met een bank, een tafel en een paar stoelen. Als ik Dawoed later nog eens opbel, dan hoor ik gelijk dat hij uitgenodigd is om zondag mee te eten. Hij mocht zelfs mee naar de kerk! Hij vindt dat erg leuk, alhoewel hij moslim is.

Gastvrijheid zorgde ervoor dat Dawoed mee wilde naar de kerk, ook al is hij streng moslim

Gelukkig mag ik een schakeltje van de ketting zijn, al moet ik ook regelmatig afscheid nemen van jongens die ik goed heb leren kennen. Natuurlijk houd ik wel contact, maar met iedereen is dat niet mogelijk. Wel koppel ik lokale christenen aan hen, zodat ze daar ook opgevangen worden. Zo gaan gesprekken verder. De Emmaüsweg noem ik dat. Een stukje samen op leven en hopelijk iets van God achterlaten.

Zomerschool op het AZC

Zomerschool op het AZC

“Goe-de-mor-ken!”, zo word ik begroet als ik het asielzoekerscentrum oploop. Een groep jongens zit al ruim op tijd klaar, ze willen nieuwe woorden leren!

In de zomervakantie is er geen school, toch is er een soort zomerschool opgezet met behulp van vrijwilligers. Ik was een van die vrijwilligers. Een aantal keer per week ging ik naar de zomerschool, om taallessen te geven. Het is leuk om te merken hoe enthousiast de jongens waren.

We zetten de spullen klaar en al snel is er een grote groep jongens die vandaag mee wil doen. Nou ben ik lesgeven wel gewend, maar hoe begin je als iemand echt helemaal geen Nederlands kan? Gelukkig kunnen er een paar gebrekkig Engels en kunnen andere vrijwilligers Frans. We hadden een boekje, met veel plaatjes en zo konden we toch een start maken.

Halverwege een les valt ons iets op. Een van de jongens doet heel hard zijn best, maar het blijft niet lukken. Wat zou er aan de hand zijn? Misschien zit hij met zijn gedachte nog veel bij de heftige dingen die hij tijdens zijn vlucht gezien heeft. Dat zou zomaar kunnen, deze jongens zijn nog maar net in Nederland.

Een andere jongen bestudeert ijverig de letters van het alfabet. De uitspraak is hij goed in, herhalen lukt prima. Maar als je een letter aanwijst, weet hij echt niet hoe je dat uitspreekt. Later komen we erachter dat hij analfabeet is. Nooit geleerd om te lezen, maar zo ontzettend gemotiveerd om dat nu wel te leren! Aan het einde van de les vroeg hij om schrijfoefeningen, zodat hij met de andere jongens kon oefenen.

De volgende les is het bijzonder, er is een groep jongens die alle woorden van de vorige les onthouden hebben en kennen. Na de vorige les hebben ze samen veel geoefend en geleerd. “Hebben jullie weer nieuwe woorden voor ons?”, klinkt het dan in gebroken Engels.

Te gast op radio 1

Te gast op radio 1

Op 15 juli werd ik aan het eind van de middag gebeld. Of ik op Radio 1 in gesprek wilde met Rob Oudkerk over het azc in Overberg. Natuurlijk zei ik meteen ja, wat een mogelijkheid om te vertellen over het werk dat wij als kerken kunnen doen voor de vluchtelingen!

In Overberg stond een oude schoolbus, omgebouwd tot radiostudio. Ik was er samen met vrijwilligers en een wethouder uit Overberg. Bij zo’n gesprek wil je altijd meer zeggen dan je de kans krijgt. Wel heb ik duidelijk kunnen vertellen dat de kerken proberen de mens achter de vluchteling te zien, en ik vertelde over het welkomstpakket dat elke asielzoeker krijgt. Ook dat het omzien naar deze groep ervoor kan zorgen dat de risico’s kleiner worden. Iets waar de omgeving erg bang voor was.

Ik ben dankbaar dat deze mogelijkheid er was, dat dit weer op mijn pad kwam. Hier de link naar de uitzending, het is de moeite waard om te luisteren.

Dit is wat ‘Radio 1 op straat’ er zelf over schrijft:

Overberg. 1opstraat maakt vanavond een vervolguitzending op de komst van asielzoekers in Overberg. In de vorige uitzending was de plaatselijke bevolking behoorlijk angstig voor de mogelijke gevolgen die een asielzoekerscentrum kan brengen. Inmiddels zijn er al verschillende mensen in het centrum ondergebracht en hebben een aantal dorpsbewoners zich aangemeld als vrijwilliger. Is de publieke opinie omgeslagen? Zijn er incidenten geweest? Of verloopt alles vrij rustig?

Jap, jij kom fandag?

Jap, jij kom fandag?

Als ik het scherm van mijn laptop openklap, komt er gelijk een melding. Ik herken het meteen. Facebook. Het berichtje komt van Abdul, een jongen uit Syrië. “Jap, jij kom fandag?”. De jongensclub is maar een keer per maand. Hij vindt het veel te weinig, ik eigenlijk ook. “wat sport wij doen folgende kirr?”

De jongens genieten als het weer zover is. Als ik op vrijdagavond op het AZC loop, vragen ze allemaal of ze mee mogen. Ze kennen de leeftijdsgrens, dus iedereen is ouder dan 12. Ook als ze niet groter dan 1 meter zijn. Want vervelen is vervelend! Het zou toch geweldig zijn om met die grote jongens mee te mogen..

Als we de jongens meenemen naar de gymzaal, vertellen ze vanalles. Over school, dat Nederlands een lastige taal is. Of dat hun oma bij hun op de kamer is komen wonen. Soms delen ze iets over wat ze hebben meegemaakt of wat ze lastig vinden. Het sporten zorgt ervoor dat ze even uit hun lastige situatie komen op het asielzoekerscentrum. Ze zijn dankbaar dat we luisteren en er even voor hen zijn.

Toch ook wel vreemd. “Waarom doen jullie dit eigenlijk voor ons?”, was een vraag die direct gevolgd werd door en andere “hoeveel geld verdienen jullie hiermee?”. Ze hebben mn autootje al wel gezien en snappen heus wel dat die niet veel gekost heeft. Dan is er een gouden momentje waarbij ik uit kan leggen dat God me zoveel gegeven heeft, dat ik door mag geven.

Aan het einde komt Abdul weer naar me toe. “Jap, dank je wel man! Folgende week jij bent hier?”