De vliegeraar

De vliegeraar

Als klein jongetje ging ik af en toe vliegeren. Totdat hij kapot was. Daarna zocht ik maar weer ander speelgoed. Gelukkig had ik keuze genoeg!

In Afghanistan is het een mooie traditie. De vliegerwedstrijden. Ze maken hun eigen vliegers en proberen daarmee elkaars touw door te snijden. Diegene die overblijft heeft dan gewonnen. Misschien ken je het boek ‘de vliegeraar’ van Khaled Hosseini wel. Dat verhaal kwam bij mij opeens hele dichtbij.

Of ik een tasje voor hem heb. Even bij mijn bagage gekeken, daar zat een plastic tasje bij. Goed genoeg werd mij vertelt. Een van de andere leiding van het jongerenweekend had een klosje vliegertouw gehaald en dunne bamboestokken. Het kon ook wel met takjes, maar in Nederland hebben we daar niet de goede struiken voor.

Even later was hij toch met een vuilniszak in de weer. Natuurlijk wil hij uitleggen hoe dat gemaakt moet worden. Zonder schaar, want snijden doe je natuurlijk met touw. Binnen no-time had hij de vlieger klaar. Als kind leren ze allemaal om er eentje te maken. Zijn vader was er hele erg goed in. Een stukje trots kwam naar boven. Het werd dan ook een stevige vlieger!

De Nederlanders die mee waren, waren onder de indruk. Ik geef toe, ik ook.

Om de vliegerwedstrijden te laten zien, maakt hij er snel nog een. Daarna konden we naar buiten met z’n allen, om de vliegers uit te proberen. ‘Kijk, zo snijd je met jouw eigen vlieger een touw van de andere vlieger door.’ en daar vloog de tweede vlieger hoger de lucht in. Steeds hoger, het touw was kapot. De Afghanen die meewaren vonden dit logisch. De Nederlanders verbaasden zich. ‘Heb je daar zoveel moeite voor gedaan en is hij nu gewoon weg?’.

Wel prachtig om te kunnen maken. Je eigen speelgoed, ook voor volwassenen.

 

2014-03-29 09.52.39

2014-03-29 10.00.01

2014-03-29 10.03.09

2014-03-29 10.00.09 2014-03-29 11.18.33

2014-03-29 16.39.25

vliegeraar1

vliegeraar2 vliegeraar5

Geloven als een slaaf?

Geloven als een slaaf?

Een tijdje terug was ik op een jongerenweekend. Een groep jongens, die elkaar kennen uit het AZC, vinden het fijn om elkaar af en toe nog te zien! Ze wonen nu verspreid over Nederland. Mooi om met elkaar na te denken over hoe God iemand ziet die gelooft.

In de moslimcultuur is de afstand tussen de moslim en Allah ontzettend groot. Er wordt op een slaafse manier gevolgd, hopelijk heb je goed genoeg geleefd om in het paradijs te komen. De bijbel is hier duidelijk over. We zijn geen slaven. Als we geloven in God, noemt God ons Zijn kind!

Tijdens de Bijbelstudies leverde dit mooie gesprekken op. Is liefde makkelijk? ‘Nee’, antwoordde een Afghaanse jongen. ‘Op school zijn mijn vrienden niet goed voor mij. Ze pakken brood uit mijn tas en eten het op. Ze gebruiken mijn mobiel, zodat ik geen beltegoed mee heb. Altijd zitten ze aan mijn spullen. Hoe kan ik nu liefde voor hen hebben?’.

“Vriendschappen op basis van ‘ik heb wat aan jou, jij hebt wat aan mij’. Ik kom ze te vaak tegen.”

Het profiteren is logisch, zeker als je vaak verhuist. Hoe kan je nu echte vrienden blijven, als je 8 keer naar een ander AZC moet vertrekken? Soms kennen ze elkaar erg kort, maar lijkt het alsof ze al jarenlang vrienden zijn. Een manier om te overleven, terwijl ze niet zeker weten of ze de andere wel kunnen vertrouwen. Het leven als tiener is vaak zo versnipperd, vandaar dat zo’n weekend heel belangrijk is.

Even later hebben we nog een gesprek over het omgaan met boosheid. Maar ook over hoe Jezus wil dat wij leven. En over het lijden van Jezus, uit liefde voor de wereld gaf God Zijn eigen Zoon.  Bijzonder om bij te mogen zijn, Ik bid en hoop dat God hem niet loslaat.

Wil je nog een keer thee?

Wil je nog een keer thee?

twee Afghanen drinken thee Afghaanse theedrinker
Daar zit ik dan. Nog niet zo vaak ben ik op een kamer in het azc geweest. Een beetje onwennig dus. Gelukkig krijg ik thee. Nee, niet met zo’n zakje. Wat blaadjes en kruiden in een thermosfles, waar ik aandachtig naar kijk. Wat is het nu en hoe smaakt het? Met een grote grijns wordt mijn kopje volgegoten. ‘Echte Afghaanse thee Djap!’

De lange aa-klank in mijn naam blijft lastig, net als de ‘j’ trouwens. Ondertussen probeer ik wat te praten over school en wat hij daarvan vindt. Alles is mooi, leuk en goed. Als ik doorvraag blijkt het toch ook wel lastig te zijn. ‘Ze gebrauken moeilijke woorden Djap, veel moeilijk.’ Nog voordat mijn kopje weer leeg op tafel staat, is deze weer volgegoten. Dat ritueel herhaalde zich trouwens 7 keer. Hoe zeg je dat je na bijna 1,5 liter thee genoeg op heb? Ik weet dat ik niet zomaar nee kan zeggen, ook wil ik niet ondankbaar zijn. Maar 1,5 liter is voor iemand die sociaal wenselijk wil zijn zelfs veel…

Nee zeggen

‘Djap, wil jij thee?’ vraag mn Afghaanse gastheer. Ook omdat ik 1 jaar ouder ben, wil hij extra goed voor me zorgen. ‘Nee, dank je wel’ antwoord ik op mn beleefdste Nederlands. En duidelijk schrok hij. ‘Vind je de thee niet lekker?’ Oei, daar was ik al bang voor. Na 7 keer denk je dat toch niet meer? Daarom vraag ik hem: ‘hoe zeg je in Afghanistan dat het lekker is, maar ook dat je genoeg hebt gehad?’

De volgende keer als iemand uit het Midden-Oosten mij vraagt of ik thee wil, antwoord ik: ‘Ja graag! Erg lekker, maar ik heb genoeg gehad.’ Want ik wil wel thee, maar nu even niet…