Op kamp: God geeft antwoord!

bijbelWe genieten van de workshopmiddag. Er is van alles te doen, van kickboksen tot djembeespelen, van tshirts versieren tot bootcamp. Na de eerste ronde even een pauze, zodat de 13-16jarige deelnemers wat kunnen drinken. Ik sta achter de bar, om limonade in te schenken. Tot er opeens een Armeense jongen naast me komt staan. ‘Jaap. God heeft antwoord gegeven! Heb je een bijbel hier, dan zoeken we even’.
Ik kijk hem verrast aan. Los van de timing, had ik dit antwoord niet zo snel verwacht. Ook ik leer veel op zo’n kamp. Snel zoeken we Fillipenzen op, een gedeelte die met stille tijd aan de beurt was geweest. We stimuleren dat de jongeren zelf in de bijbel lezen en erover na te denken.

Kijk Jaap. Ik was aan het lezen, maar er gebeurde niks hoor. Ik had niet zoveel met die tekst weet je, maar ik voelde dat ik verder moest lezen. En kijk nu naar deze tekst! Lees dan!’

armeense jongensSamen staan we daar, met een bijbel in de hand. De glazen met drinken werden weggepakt, al zien we dat niet. We denken allebei direct aan gisterenavond, de kruisavond. De rode draad van het evangelie was uitgelegd, wat Jezus heeft gedaan voor ons. De persoonlijke verhalen van twee leiders, de werkvormen en de filmpjes/muziek hadden indruk gemaakt.

Diep geraakt stonden we daarna in het bos. De jongens deelden hun twijfels, hun gedachten over God. Ze waren opgegroeid in een christelijke omgeving. Zoals ze zelf zeiden wel met mensen die er teweinig voor over hebben en teweinig mee doen.

‘Jaap, ik weet wel veel. Maar ik mis wat!’. We kwamen erachter dat we God wel echt nodig hebben, omdat we al zovaak geprobeerd hebben om te leven als goed mens!

Het gesprek duurde lang, waarna we in meerdere talen gingen bidden en God gevraagd of Hij wil spreken in onze levens. Het was onverwachts heel kwetsbaar en eerlijk.

Het is het vers 6 en 7 Jaap!’, een vriend van hem komt aanlopen. Hij was er gisterenavond ook bij geweest en met de stille tijd waren ze verwonderd naar elkaar gegaan. Samen lezen we dit:

Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.

‘Wauw jongens, dit is iets om God voor te danken!’, zeg ik dan. ‘Dat heb ik gelijk al gedaan!’, klinkt het antwoord. Blij en dankbaar staan we naast elkaar. Met een glimlach bedenk ik me dat de tweede workshopronde al bijna begint. De wereld is gebroken, deze jongeren kennen de pijn. Maar je mag alles neerleggen bij het kruis. God geeft antwoord, Hij is goed!

broken worldEen van de jongens kwam een kaartje met tips ophalen, wat hem helpt om thuis ook stille tijd te houden. Met verhuizen was hij die van vorig jaar verloren. Die andere jongen kwam de laatste dag nog een bijbel vragen, net voordat hij vertrok.

Mijn Armeense broers, als je dit leest: ik hou van jullie en ik bid voor je!

 

 

Ik leef enkel van giften. Door uw gift, kan ik investeren in het asielzoekerswerk. Samen kunnen we zo betekenisvol zijn voor vluchtelingen! Een maandelijkse gift helpt het meest, daarmee kunnen we doorrekenen.

IBAN NL54 INGB 0006 4722 46 op naam van ‘Stg Gave tbv Jaap vd Kamp. Deze rekening heeft een ANBI-keurmerk.

 

Jaap van het kamp

gavekampNee. Dit is geen typefout. Nederlands is nu eenmaal een rare taal. Want wanneer gebruik je nu ‘de’ en wanneer ‘het’? De betekenis van de zin is meestal wel duidelijk, ook als ze deze twee woorden verwisselen. Totdat..

“je kan hem makkelijk vinden op facebook”, zegt een van de jongens op jongensclub. “Hij heet Jaap, achter zijn naam staat ‘van het kamp’!”. Al snel wordt het duidelijk dat ze mijn naam niet begrijpen. Deze jongens kennen vluchtelingenkampen van binnenuit. Daar hebben ze een tijdje gewoond, waarschijnlijk hebben ze er meerderen gezien. Vandaar dat het AZC voor veel vluchtelingen ook een kamp genoemd wordt, de plek waar je slaapt als vluchteling. En dan ben ik dus Jaap. Ik ken ze van het kamp.

Tot een Eritreër mij vroeg: ‘hoe heet je vader eigenlijk?’ In zijn cultuur heb je jouw eigen naam, gevolgd door de naam van jouw vader en daarna jouw opa’s naam. Hij snapte wel dat mijn vader geen ‘van’ heet en mijn opa geen ‘de’.

Met een grote lach herhaalt hij mijn achternaam. “echt waar? Is dat jouw familienaam?”.

vluchtelingkamp tentOok deze zomer mag ik weer op kamp. Met tieners van 13-16 jaar, zo’n 40 stuks. Ik heb er zin in, voor mij een week waar ik veel uithaal. Contact met jongeren is fantastisch, het delen van het evangelie is bijzonder. Ik kijk er weer naar uit! Ook mijn naam levert daar soms verwarring op. Ze kunnen me wel makkelijk vinden op facebook.

Je weet wel. Die Jaap.

Van het kamp.

kruispunt: ik volg mijn passie

kruispunt: ik volg mijn passie

droom-en-doe-LOESJEHet zal jullie niet ontgaan zijn, ik heb een missie. Misschien weet je niet precies welke missie dan, maar wel dat het te maken heeft met vluchtelingen in Nederland. En met mijn christen-zijn.

Wat ooit begon met een paar uur sporten, is een beetje uit de hand gelopen. Ik heb er zelfs mijn werk van kunnen maken, via Gave. De contacten die ik kreeg zijn bijzonder, veel van de jongens spreek ik nog af en toe. Een paar zijn goede vrienden geworden!

Bij stichting Gave mag ik mooie dingen doen. Dit alles om de christenen in Nederland te helpen om te gaan met de medelanders; vluchtelingen die naar ons land gekomen zijn. Ik zie grote eenzaamheid en veel vragen bij deze doelgroep. Ook zie ik mooie contacten ontstaan en is het verrijkend voor jezelf.

Na de zomer wil ik meer bij Gave aan de slag! Ik wil meer gaan doen voor vluchtelingen, met vluchtelingen. Mijn missie is om op te komen voor stemmelozen. Er wordt zo ontzettend veel over hen gepraat. En te weinig met hen. Er is zoveel angst ontstaan in Europa, terwijl we als christen ons niet mogen laten leiden door angst. Ik wil graag kerken helpen om hiermee om te gaan, mensen inspireren en enthousiasmeren om het contact aan te gaan met asielzoekers.

Mijn leven is veranderd sinds ik dit doe. Het maakt je dankbaar voor wat je hebt, en het zorgt bij mij voor enorm veel passie. Als christenen klaarstaan voor je naaste, wie het ook is. Als christenen elkaar helpen om dit mogelijk te maken.

Ik stop voorlopig met lesgeven. De mooie baan die ik had, geef ik hiervoor op. Hier wil ik voor gaan staan. Met een missie vooruit, omdat ik geloof dat God mij roept en zo gebruiken wil. Een stap in onzekerheid, zeker als ik de mensen om mij heen serieus neem. Voor mij voelt het zeker. Wel een keuze om in eenvoudigheid te gaan leven, met minder geld. Daardoor ga ik bijvoorbeeld anti-kraak wonen.

handenIk kies voor mijn missie. Ik help kerken in beweging te komen voor vluchtelingen en help je dit mogelijk te maken?

Door uw gift, kan ik investeren in het asielzoekerswerk. Uw hulp is hard nodig. Samen kunnen we zo betekenisvol zijn voor vluchtelingen! Een maandelijkse gift helpt het meest, daarmee kunnen we doorrekenen! 

IBAN NL54 INGB 0006 4722 46 op naam van ‘Stg Gave tbv Jaap vd Kamp.Deze rekening heeft een ANBI-keurmerk.

Het kruisdragen

Het kruisdragen

Ik krijg nog wel eens reactie op mijn kruisketting. Grappig, asielzoekers vinden het vaak normaler dan mijn christelijke omgeving. Maar waarom draag ik dat eigenlijk?

kruisje

Reizen

In het verre buitenland heb ik jaren geleden een zendeling bezocht. Hij zit er nog steeds, namens het kerkverband waar ik bij hoor. In het land waar hij is, is het normaal om te offeren voor de Hindugoden. Elk huis heeft zijn eigen tempel, zo ook die van hen. De huisbaas had de opdracht gegeven om door te gaan met de fruitoffertjes, zoals lokale regels voorschreven. Hoe reageer je daar als christen op? Hij koos ervoor om een ander uiterlijk symbool te gebruiken; vandaar dat er een kruis aan de muur kwam te hangen. Om te laten zien wat voor hen belangrijk is en om gesprekken op gang te helpen.

Azc

In het asielzoekerscentrum kan ik niet met iedereen praten. Wel wil ik laten blijken dat ik christen ben. Hierdoor heb ik bijvoorbeeld al sneller contact gehad met een christen die het moeilijk had op het azc. Een kruisje om je nek helpt daarbij. Zou je je anders voorstellen met: ‘Hallo, ik ben Jaap en ik ben christen?’. Dat lijkt me erg vermoeiend.

Half jaar

Veel moslims vinden het ook heel normaal dat je laat zien dat je christen bent. Een moslimjongere zei tegen me: ‘Als je na een half jaar pas zegt dat je christen bent, ben je geen echte’. En ja, ik vind ook dat je ervoor uit mag durven komen.

In Nederland leren we zulke dingen te scheiden, helaas. Geloof en werk apart. De overheid is religieusneutraal in heel veel opzichten. De beheerder van het azc (COA) moet ook religieusneutraal zijn. Veel christenen vinden het moeilijk om hierover te praten met andersgelovigen. Sommige christenen vinden het zelfs overdreven om een kruisje te dragen. Maar ik wil laten zien wat voor mij belangrijk is.

Sneeuw

Ik weet het nog goed. We reden met een volle auto naar een gymzaal toe. Over de weg hingen grote takken, vol met sneeuw. Een van de jongens zucht: ‘Wauw, wat is God goed’. Ik geef hem gelijk en we praten nog even door over God de Schepper. Als moslim gelooft hij dat ook. De ketting is allang niet belangrijk meer. Het gesprek is al op gang. Totdat hij me vraagt: ‘Jij bent volgeling van Isa (Jezus) hé? Bid je dan ook tot Hem? En wat zeg je dan?’.

Gavekamp: even meelopen

Gavekamp: even meelopen

drie gave‘Jaap, wil je even meelopen?’, klonkt het met enige regelmaat. Een van de leiding die een heftig verhaal gehoord had. Een tiener die wilde onderhandelen over de slaaptijden. Een moslim die wilde weten hoe iets in de bijbel stond. Een jongen die de opdracht had gekregen om iets leuks te doen voor iemand, maar niet wist welk meisje bij die naam hoort.

Dat de week niet alleen maar makkelijk is, kom je ook snel genoeg achter. Er zijn veel dingen die energie geven, maar ook verhalen die je raken. Verhalen die me echt veel pijn doen.

Iemand vertelde me dat ze zich volledig ongewenst voelde. Dat haar ouders dit ook aan haar hadden verteld toen ze nog op de basisschool zat. Haar moeder heeft zich laten vallen toen ze zwanger was, om een miskraam proberen te veroorzaken.

11825746_1008930592480197_6355399112479027283_nEen van de jongens laat weinig van zichzelf zien. Contact krijgen is moeilijk, de taal helpt er ook niet bij. Dan kom je erachter dat hij op kamp moet. Zijn familie dwong hem.

Dat geldt ook voor een andere tiener, die al 3 keer achter elkaar op kamp ging. Zo kon het gezin zelf op vakantie gaan.

Daarnaast blijven vluchtverhalen ook heftig. Hoe ze opgesloten hebben gezeten bij mensenhandelaren, of hoelang ze al zonder familie zijn. Niet alles kan verteld worden, veel jongeren zijn al vroeg traumatisch belast.donya

Als je voor het eerst zulke verhalen hoort, weet je soms niet wat je overkomt. Dit geldt voor Nederlandse tieners die mee gaan, maar ook voor nieuwe leiding. Trouwens, ik wen er ook niet aan. Absoluut niet.

Ik heb het mezelf wel eens kwalijk genomen. Dat ik een stabiele opvoeding heb gehad, dat ik amper wat heb meegemaakt in m’n leven. Het voelt zo oneerlijk als je hun verhalen hoort. Waarom is dat niet gelijkwaardig verdeeld? Ik zie het voor mezelf steeds meer als enorme zegen. Hierdoor kan ik geven. Ik kan luisteren. Ik heb ruimte in mijn hoofd voor het verhaal van iemand anders. Veel jongeren zijn zo belast, dat ze dit niet kunnen naar anderen. Maar wel heel hard nodig hebben voor zichzelf.

11855783_917316565001207_1252679136639076935_n

Na een week komt het loslaten. Je probeert soms nog wat contact te houden, of iemand in de omgeving te zoeken die contact gaat leggen. En ik blijf voorlopig voor hen bidden, want God bewaart het overzicht.

foto 1: samen met twee andere leiders

foto 2 en 3: netjes voor het speciaal diner

foto 4: met m’n zus. Tjah, wie is er gekker?

Gavekamp

Gavekamp

De reacties aan het einde zijn vaak tekenend. Ze laten niet altijd zien hoe ze zich voelen, zeker niet aan het begin. blog1Toch kijken de jongeren er vaak al erg lang naar uit.

‘echt onvergeetbaar’, schreef een Afghaan aan het einde op. ‘Al weet ik niet of het een echt woord is’, zei hij erbij.

‘Wie is die jongen op de foto?’, vroeg een vriendin van een van de deelnemers op Facebook. Op de laatste avond stonden we er op z’n mooist bij, voor het speciaal diner. Naast mij stond een van de deelnemers, die perse met mij op de foto wilde. Het antwoord dat erbij geschreven was: ‘onze vader’.

Voor sommigen was ik een oudere broer, voor sommigen vaderlijk en voor m’n zus nog steeds haar kleine broertje. Al vroeg ze wel om mijn toestemming of ze naar bed mocht..

De week is leerzaam. Voor de tieners, maar ook voor mij. Het evangelie is gedeeld, aan een grote groep. Van refo tot evangelisch, van koptisch orthodox tot moslim. Zoals een Somalische broertje zei, tegen een jongen die een wesp gevangen had: ‘Hey, geef die wesp ook vergeving’. We hadden het er net over gehad hoe moeilijk -en belangrijk- vergeven is.

Wel bijzonder om met zoveel verschillende christenen een team te vormen. Iedereen draagt iets bij en er was een mooie eenheid. Het zit dichtbij de eenheid die Jezus in Johannes 17 bedoelde in ‘het Hogepriestelijk gebed’, denk ik.

In boosheid heb ik trouwens flinke scheldwoorden naar m’n hoofd gehad. Om aan het einde te horen ‘maar we houden nog wel van je hoor’. De tieners hebben het gemerkt. De basis van kamp was liefde. De liefde van God die we door mogen geven. Wat soms gigantisch moeilijk was, als er een tiener het bloed onder je nagels vandaan haalt. Want ja, ook de leiding wordt moe. En hoe blijf je dan reageren?

Team, als je dit leest: je hebt geen idee hoe belangrijk je bent in het leven van die tieners. Je hebt zoveel betekend voor hen!

Maar nu eerst even bijslapen.

Onmacht en trauma

Onmacht en trauma

pistoolJe zit vol met woede, wat heb jij gezien?
Je bent een kleine jongen, nog geen jaar of tien.
In de grote wereld, die jou niet begrijpt
lees ik haat in je ogen, achter vrolijkheid.

Zeg het me kleine vriend, vertel het me gerust.
Ik blijf even bij je staan, draag de steen op je rug
met je mee, zo lopen we samen door het leven heen,
een stukje verder.

Hij zegt me: “ik ben nog maar een jaar of 8,
kom uit Colombia en dat zit in mijn gedachte, elke dag – ik kom er niet vanaf!-.
Ik heb pistool gezien, geweld gezien,
ik ben boos, wat moet ik doen, weet jij ‘t misschien?

De wanhoop in zijn stem doordrong in mij

Hier in Nederland ben ik een jaar of wat,
mijn vader is hier bijna opgepakt.
De politie in ons huis, gingen naar hem zoeken,
maar hij woont niet bij ons, zit alleen met mijn moeder.

Ik heb pistool gezien, geweld gezien,
ik ben boos, wat moet ik doen, weet jij ‘t misschien?”

In de grote boze wereld, die jou niet begrijpt
lees ik haat in je ogen, en de eenzaamheid.

De onmacht die hij voelt, geeft me diepe pijn.
Ik wil graag even met hem samen zijn,
hier op zijn vlucht, ‘k heb hem gezien.
Ik bid tot God, wat moet ik doen

Weet jij ’t misschien?

Huisbezoek

Huisbezoek

Ik krijg de vraag nog wel eens. ‘mag ik bij jou thuis kijken?’. Als je uit een totaal andere cultuur komt, dan is het logisch dat je nieuwsgierig bent daarnaar. Toen ik in Zambia een jaar woonde, wilde ik ook graag weten hoe die mensen nu sliepen.

Veel vluchtelingen zijn wantrouwend als ze Nederland binnen komen. Als je uit een warm land komt, dan leven de mensen voornamelijk op straat. Enkel voor het slapen gaan ze naar binnen. In Nederland zijn de straten vaak leeg, gordijnen dicht en weinig lampen aan. ‘Ik dacht de eerste keer dat ik in een spookstad was!’, legt een Afghaan mij uit. ‘Altijd zijn de mensen binnen’.2015-02-28 11.45.57

Ik nodig wel eens mensen bij mij uit. Gastvrijheid. Dát kunnen wij leren van de warme culturen. Een afrikaan moest erg lachen toen hij wel veel dingen bij mij herkende. ‘Dit is bezem in Afrika toch?’ en ‘ik heb ook auto voor spelen, in mijn land’. We zijn wel erg verschillend opgegroeid, kom je dan achter.

Iemand bleef een keer bij mij slapen, hij mocht zelf drinken pakken uit de koelkast. Melk was favoriet, duidelijk. Maar hoe maak je zo’n pak open? Nederlanders schenken toch altijd? Op de foto zie je zijn oplossing. En ja, het werkt. Dus waarom ook niet?

Nodig gerust eens een vluchteling uit. Of een vreemde.

Gastvrijheid is mooi, je krijgt er iets voor terug.

Beloofd.

De belediging

De belediging

trainingsdag standDit is nu precies waarom ik dit werk ben gaan doen. Aan het einde van de dag was ik moe, maar zeer tevreden. De belediging voor Syriërs nam ik op de koop toe, ook al hadden die juist ons geholpen!

Eind vorig jaar kwam de vraag bij mij of ik een trainingsdag wilde gaan organiseren, met een paar collega’s. Het was zo’n vier jaar geleden voor het laatst geweest en nu wil de stichting graag een landelijke dag voor toerusting.

Veel geregel, maar wel mooi om te doen. ‘Kijk, dit is nu echt de meerwaarde van het werken bij Gave’, bedacht ik me. Groots allerlei dingen op kunnen zetten, om veel mensen tegelijk te inspireren en enthousiast te houden.

Het werken met asielzoekers kan zorgen voor nogal wat onbegrip en teleurstelling. Veel hiervan kan voorkomen worden als je er meer vanaf weet. Wat zijn de cultuurverschillen en waarom reageert de ander zo?

Op de tafels hadden we schoenen met bloemen erin gezet, past mooi bij het thema ‘op weg met de vluchteling’. We hadden lekker Syrisch eten, de kok had heel de nacht doorgekookt om toch voor iedereen genoeg te hebben. We hoopten eerst op zo’n 130 mensen. De opkomst was echter 250 deelnemers, Gavemedewerkers en vrijwilligers niet meegerekend!

Schoenen op tafel. Ik had het kunnen weten. Een grote belediging voor de kok. Zoveel moeite gedaan en wij zetten grote bergschoenen neer. De Syrische spreker maakte dit duidelijk met een lach. Als je een verschil bespreekbaar maakt, kan je er samen om lachen. Dan is het ook niet erg meer.

Deze dag is precies waarom ik een achterban heb. Er zijn 250 mensen toegerust, die hun opgedane kennis en inspiratie weer kunnen gebruiken in de contacten die ze hebben. In gedachten zag ik ze allemaal weer over Nederland gaan. Wat een zegen dat ik dit werk doen mag. Wat fijn dat dit, via mijn achterban, mogelijk gemaakt wordt!

het blotevoetencontinent

het blotevoetencontinent

freezing-temperatureBibberend zit ik daar. Of het koud in Nederland is? ‘Ja’, zeg ik lachend, ‘dan moet je ook sokken aantrekken!’. Het antwoord is ontkennend. Vrouwen hebben sokken aan, maar echte Afrikaanse mannen niet. Natuurlijk, ik had het kunnen weten. Het blotevoetencontinent.

Als ik op de bank zit, dan trek ik al snel mijn voeten op. De verwarming staat niet aan, dan is een avondje hollandse winter toch best koud. Dat vind mijn oost-Afrikaanse vriend ook. Ismaël loopt zelf wel op een T-shirt rond. Zo koud als het in zijn land in de winter is, wordt het bij ons in de zomer. Daar moest hij best aan wennen. Echt aanpassen blijkt toch lastiger. Sokken doe je pas aan als je je schoenen aan trekt. En schoenen aan in huis? No way.

Overigens is hij niet de enige die in de kou zit. Letterlijk. Een Afghaanse jongen, die ik lang geleden had geholpen met verhuizen, had me uitgenodigd op het eten. Altijd lekker en goed om te zien hoe zijn leven verder gaat. Hij wil graag. School, rijbewijs, vriendin, sporten.. overal wil hij tegelijk aan beginnen. Waardoor hij maximaal geld bespaard op al zijn uitgaven. Je raadt het vast al, ook op de verwarming. Aan het einde van de avond zegt hij: ‘Jaap, heb jij koud? Anders kan kachel aan.’.

Fijn. Laat ook maar. Ik ben ondertussen wel gewend aan die 12 graden.

Ismaël wil graag zijn nieuwe fiets laten zien. Een BMX-stuntfiets. Snel in de tuin draait hij een rondje, waarna hij hem weer wegzet. De buitendeur blijft openstaan. De kou stroomt naar binnen. Bibberend zit ik daar. Of het in Nederland koud is? Tjah…