Albanië: Het lukt me niet

m17404Met een auto vol rijden we naar een gymzaal in de buurt. Het is weer jongensclub. De auto is altijd een handig hulpmiddel voor een eerste kennismaking. Je kan geen kant op en je hoeft elkaar niet perse lang aan te kijken. Dat werkt bij jongens.

‘Hoe heet jij?’ vraag ik aan een van de jongens. ‘ en waar kom je vandaan?’. In gebrekkig Engels en twee woorden Nederlands maakt hij zich verstaanbaar. Albanië? Dat wekt mijn nieuwsgierigheid. Natuurlijk wil ik precies weten waarom hij gevlucht is, iets wat veel Nederlanders vrij direct vragen. Ik stel geen vraag hierover, bewust niet. Ik ken hem nog maar net.

Bij presentaties komt het ook vaak naar voren. Voor de groep stel ik meestal de vraag ‘toen je mij net zag, vroeg je toch ook niet naar het heftigste wat ik in mijn leven heb meegemaakt?’. Dat doe je niet. Het hoort niet. Punt. Je nieuwsgierigheid hoort het niet te winnen van die menselijkheid. Als vluchtelingen het echt willen delen, doen ze dat wel. Omdat ze je vertrouwen. Dat is dan echt een cadeau, een blijk van waardering voor wat je doet!

Albanië. Hmm. Ik snap het niet zo goed. Waarom zou je daar vandaan vluchten? Ik weet dat vluchtelingroutes er langs gaan, tenminste.. toen ze aankwamen in Nederland nog wel. De jongens doen hun best om Nederland te begrijpen. ‘Jaap, hebben we hier kans om te blijven?’. Eigenlijk weten ze het antwoord al.

Een maand later. Een van de jongens is teruggestuurd. Meerderjarig, dus mag hij opgepakt worden. De minderjarige jongens worden overgeplaatst. Een van hen gaat bij de haven kijken in Rotterdam. Zou er een oversteek naar Engeland mogelijk zijn?

albanie kaart st (Medium)Twee maanden later. Weer een opgepakt. Vast in detentiecentrum Zeist. Bezoeken is nauwelijks mogelijk en hoe zal dit verder gaan? Eigenlijk weet ik het al. En ja, een week later appt hij dat hij in Albanië is. Met zijn familie herenigd, dat wel.

Het is waar. Niet elke vluchteling hoort hier te blijven. De overheid moet humaan beslissen. Wij moeten alleen maar een goede naaste te zijn. Alsof dat makkelijk is. Ik wil dit begrijpen. Verstandelijk kom ik ene heel eind, qua gevoel lukt het me niet. Hun reis gaat verder. Thuis. Hopelijk zijn ze beter af!

Op bezoek in ‘Eritrea’

Op bezoek in ‘Eritrea’

 

enjeraIk sta op van de bank. Een paar jongens schieten in de actie. Snel pakken ze hun eigen eten in. ‘Yab. Alleen in huis is moeilijk toch? Hier heb je eten. Neem maar mee!’

Tijdens het sporten hadden we al wat meer contact. Of ik een keer wilde komen eten. Dat wil ik zeker! In een mannenkamer word ik hartelijk ontvangen. Er is lokaal eten, maar ook muziek uit oost-Afrika. ‘welkom in Eritrea Yab!’, krijg ik gelijk te horen. Het voelt ook alsof ik even in een ander land ben. En Yab lijkt wel op Jaap, dus voel ik me aangesproken.

Ik geniet van de enjera, een soort hartige pannenkoek waarmee je je eten vastpakt en opeet. We eten uitgebreid en de jongens hadden speciaal gewacht met eten op mij. Later kwam ik erachter dat dit wel wat van hen vroeg. Het duurde nog ruim 2 uur voordat het 6 uur zou zijn, mijn etenstijd. Maarjah, tijd is in elke cultuur anders. Zo ook het tijdstip waarop je eet.

Ik pak een stukje enjera en probeer er wat groente met saus ermee richting mijn mond te krijgen. Ondertussen praten we over het regime in Eritrea, maar ook over Nederland. ‘Jaap, hoe komen Nederlanders aan geld? Weinig mensen hebben een winkel!’. De vraag zegt alles over hun cultuur en we vinden het beiden interessant om dit naast elkaar te leggen.

Het is me gelukt om de paprika te pakken met de enjera, of zou het trouwens peper zijn? Ik stop het bijna in mn mond. Tegelijkertijd krijg ik de vraag ‘Ben je eigenlijk ook aan het vasten?’. Ik schiet in de lach.

enjera 1Vasten is voor mij een periode niet eten. De enjera is zonder knoeien in mijn mond beland. Al snel wordt het me duidelijk dat ze geen vlees, ei en andere dierlijke producten eten in een lange periode voor Pasen. Ze vasten dus.

Ik maak aanstalte om naar huis te gaan. Iedereen komt in beweging. ‘Als jij hebt vrije tijden, komen altijd!’, is de opmerking die in het Nederlands klinkt. In een nieuwe vuilniszak gewikkelde enjera wordt in mijn hand gedrukt. Ik loop met een glimlach weer naar mijn auto. Voor wie zal ik morgen gaan koken? Dit is wel genoeg voor 5 mensen..

Een christen veilig op het AZC?

Een christen veilig op het AZC?

‘Het gevoel van veiligheid, neem dat altijd serieus’, zei Janet Helder, bestuurslid van COA. Tussen de brandblussers en de rookmelders, mocht ik met een collega de christenen vertegenwoordigen.

veiligheid-720x380Vaak gaat het over fysieke veiligheid. Rook, inbraak, EHBO en dergelijke. Ook op een AZC erg belangrijk. Op de ‘dag van de veilgheid’ kwamen echter ook andere aspecten aan bod. Als je gevlucht bent naar Nederland betekent dat niet dat je veilig bent.

COA is erg bewust van risico’s en veiligheid. Dat moet ook wel als je een AZC beheert. Op deze dag kwamen er veel medewerkers en konden we met hen in gesprek.

Als in hun eigen land al onrust was tussen bevolkingsgroepen gaat dat vaak op het AZC door. Regelmatig hoor ik de vraag ‘ben je nu Soenniet of Sjiiet?’ klinken, om te kijken wat voor soort moslim je bent. Christenen uit moslimlanden hebben het niet altijd makkelijk.

Er was een meisje dat aan mij vroeg: ‘in mijn hart ben ik christen, maar voor mijn familie ben ik moslim. Zou God dat weten?’. Dit geeft al aan hoe moeilijk het is voor een ‘muslim background believer’. Als je als moslim verandert van geloof loopt je leven gevaar. Dat is niet alleen ver weg. Maar ook in Nederland. Op het AZC.

Naast COC, de homobelangenorganisatie, kregen we een statafel. Daar konden mensen naar ons toekomen voor een gesprek. De reacties zijn verdeeld, van felle ontkenning tot eyeopener. Wel weet ik dat er weer even extra gelet gaat worden op mogelijke onrust. Het kan dat iemand dit onnodig ervaart. En toch.

Het gevoel van veiligheid. Neem dat altijd serieus.

Het is echt belangrijk

Het is echt belangrijk

google maps‘Kan je kom snel? Is echt belanrike vraag voor ji’, zegt Mahmoud tegen mij. Eigenlijk was ik niet van plan om naar het AZC te gaan, maar ik had die avond zowaar tijd. Wat zou er zo belangrijk zijn? Soms proberen mn asielzoekersvrienden het voor elkaar te krijgen dat ik vaker op bezoek kom. Zou het wel echt belangrijk zijn?

Ach. En anders maar niet. Echt contact met iemand heeft meer waarde dan een oordeel of het wel of niet belangrijk is wat diegene vraagt.

Mahmoud is blij verrast als ik meteen langs kan komen. Had hij niet verwacht. Als snel praten we over de taalschool, het saaie leven op het AZC, het lange wachten op zijn huis en de dingen die hem bezig houden. In tegenstelling tot anderen vraagt hij ook vaak naar mij. ‘Hoe gat het met werk?’ en ‘wat betekent ‘ik geloof het niet’’?

Opeens komt zijn vader binnen lopen. Verontschuldigend dat hij later was. Maar met een brief in zijn hand die het gesprek volledig laat veranderen. Mahmoud helpt mij met Arabisch leren, maar nu zegt hij ‘hier google translate die papier’.

Op Google Maps  kijken we samen naar zijn nieuwe huis. ‘Is echt mooi toch?’, vraagt hij mij. ‘Hoeveel kamer voor slapen is daar?’. We proberen zo veel mogelijk op te zoeken en in jip-en-janneketaal om te zetten. De afspraak staat duidelijk op papier. Echt belangrijk om op tijd te zijn, dat begrepen vader en zoon wel. Ze zijn erg benieuwd naar hun nieuwe woonplaats. ‘Waar is de supermarket?’ vraagt de vader aan me. Ik zit er nog wel even. De vragen zijn nog lang niet over. En of het belangrijk was. Dit had hij niet kunnen vermoeden.

Aan het einde van de avond verzucht Mahmoud een keer ‘ik wil geen huis, ik wil mijn familie terug’. Als je vlucht, zie je wat echt belangrijk voor je is.

Speelgoedactie

Speelgoedactie

Ook dit jaar is rond de kerst een speelgoedactie gehouden voor asielzoekerskinderen. Een vakantie is een ramp in het AZC. De hele dag niks doen, is toch niet leuk? Dan maar weer een rondje rijden op de fiets, als die het nog doet. Of anders rennen.

hanna tasjes

Daarom is jaren geleden een speelgoedactie begonnen bij AZC Leersum. In een kerk zijn er rond de 60 tasjes gevuld en uitgedeeld op het AZC. Dat beviel goed! Jaar naar jaar werd het iets groter, totdat ik het dit jaar via stichting Gave en stichting de Samaritaan heb opgepakt. Nu zijn er rond de 600 tasjes uitgedeeld op verschillende AZC’s(Utrecht, Leersum, Amersfoort, Ter Apel en andere).

Als je door de gang loopt en je klopt op een deur, dan gaat deze verwachtingsvol open. Wie zou er zijn? Als het blijkt dat de kinderen iets krijgen, zie je hun ogen gaan glimmen. ‘Echt helemaal voor mij?’, is een reactie die we kregen.Ook ouders genieten ervan. Natuurlijk maak je je zorgen, als je kind niks te doen heeft.

Het mooie is dat de COA (beheer van het AZC) graag meewerkt hieraan. Ze zien het effect en daarom mogen we uitdelen aan elk kind op het AZC. Baby’s krijgen een knuffeltje en 3-12 jaar een rugtas vol met speelgoed. Door het uitdelen vragen de mensen ons later op bezoek, of vragen ze waarom we dit doen.

Volgend jaar kunnen we misschien de actie weer herhalen, dat gaan we wel proberen. Hoe we dit doen is nog niet zeker, maar we kunnen u op de hoogte houden. Stuur me gerust een mail.

Dit jaar is de actie mogelijk gemaakt door veel kerken en een basisschool. Ook relatiegeschenkenbureau Maxilia droeg hieraan bij. Iedereen bedankt!

maxilia.nl

Deze actie is mogelijk doordat ik een achterban heb. Door uw gift, kan ik investeren in het asielzoekerswerk. Uw hulp is hard nodig. Samen kunnen we zo betekenisvol zijn voor vluchtelingen! Maak ook een gift over op: 

IBAN NL54 INGB 0006 4722 46 op naam van ‘Stg Gave tbv Jaap vd Kamp. Deze rekening heeft een ANBI-keurmerk!

Zomerschool op het AZC

Zomerschool op het AZC

“Goe-de-mor-ken!”, zo word ik begroet als ik het asielzoekerscentrum oploop. Een groep jongens zit al ruim op tijd klaar, ze willen nieuwe woorden leren!

In de zomervakantie is er geen school, toch is er een soort zomerschool opgezet met behulp van vrijwilligers. Ik was een van die vrijwilligers. Een aantal keer per week ging ik naar de zomerschool, om taallessen te geven. Het is leuk om te merken hoe enthousiast de jongens waren.

We zetten de spullen klaar en al snel is er een grote groep jongens die vandaag mee wil doen. Nou ben ik lesgeven wel gewend, maar hoe begin je als iemand echt helemaal geen Nederlands kan? Gelukkig kunnen er een paar gebrekkig Engels en kunnen andere vrijwilligers Frans. We hadden een boekje, met veel plaatjes en zo konden we toch een start maken.

Halverwege een les valt ons iets op. Een van de jongens doet heel hard zijn best, maar het blijft niet lukken. Wat zou er aan de hand zijn? Misschien zit hij met zijn gedachte nog veel bij de heftige dingen die hij tijdens zijn vlucht gezien heeft. Dat zou zomaar kunnen, deze jongens zijn nog maar net in Nederland.

Een andere jongen bestudeert ijverig de letters van het alfabet. De uitspraak is hij goed in, herhalen lukt prima. Maar als je een letter aanwijst, weet hij echt niet hoe je dat uitspreekt. Later komen we erachter dat hij analfabeet is. Nooit geleerd om te lezen, maar zo ontzettend gemotiveerd om dat nu wel te leren! Aan het einde van de les vroeg hij om schrijfoefeningen, zodat hij met de andere jongens kon oefenen.

De volgende les is het bijzonder, er is een groep jongens die alle woorden van de vorige les onthouden hebben en kennen. Na de vorige les hebben ze samen veel geoefend en geleerd. “Hebben jullie weer nieuwe woorden voor ons?”, klinkt het dan in gebroken Engels.

Ramadan kareem!

Ramadan kareem!

ramadan kareem

Het is ramadan! Het vasten van de moslims heeft ook invloed op mijn werk. Zullen er nog wel jongens meegaan met sporten als ze geen water mogen drinken?

Als ik rondloop, word ik vanuit de verte geroepen. Er zijn altijd kinderen die meewillen. Een meisje vraagt me ‘Jaap, mag ik ook mee? Ik ben ook een jongetje’. Glimlachend geef ik haar antwoord. Ze baalt.

Ik loop langs de kamers van een paar asielzoekersvrienden. Ik nodig hen uit en vraag of ze vrienden mee willen nemen. Op de parkeerplaats verzamelt zich al een groep van 15 jongens! Ze vinden de afleiding juist prettig, leggen ze me uit in jip-en-janneketaal.

Tijdens het sporten gaan de  jongens regelmatig  even zitten. Ze zweten niet echt dit keer, maar zijn wel moe. Ik heb wel eens meegemaakt dat een jongen zijn mond spoelt met water en het vervolgens weer uitspuugt. Ook dat willen de jongens niet.

Op school heb ik de Ramadan ook besproken in de klas. Er is zelfs een kind in de klas dat er meer van weet en wel eens heeft meegedaan. Deze 30 dagen zorgen voor een totaal ander leefritme. Na zonsondergang mag je eten, net voor zonsopgang gebeurt dat ook. Best apart, dit betekent dat ze in Nederland 18 uur lang niet eten. In Somalië is dat op dit moment zo’n 12 uur. ’s Winters is dit ook makkelijker dan nu.

De moslims die ik ken doen hieraan mee, behalve diegene die zwanger of bijvoorbeeld diabeet is. Dan mogen ze het later inhalen of een offer brengen. Die vraag werd in de klas ook gelijk gesteld. ‘Hij doet niet mee hè, brengt jouw vader nu een offer?’

Op het AZC vertelt een meisje me over wat wel en niet mag. ‘Als ik jongen zie, ik moet naar grond kijken en niet denken’. Maar mij gaf ze gewoon een hand en keek ze in de ogen aan. Ze legde uit dat dat niet erg is. ‘Alleen voor echt leuke jongens’ zegt ze dan.

‘En bedankt’ schiet er met een glimlach door m’n hoofd.

Wil je nog een keer thee?

Wil je nog een keer thee?

twee Afghanen drinken thee Afghaanse theedrinker
Daar zit ik dan. Nog niet zo vaak ben ik op een kamer in het azc geweest. Een beetje onwennig dus. Gelukkig krijg ik thee. Nee, niet met zo’n zakje. Wat blaadjes en kruiden in een thermosfles, waar ik aandachtig naar kijk. Wat is het nu en hoe smaakt het? Met een grote grijns wordt mijn kopje volgegoten. ‘Echte Afghaanse thee Djap!’

De lange aa-klank in mijn naam blijft lastig, net als de ‘j’ trouwens. Ondertussen probeer ik wat te praten over school en wat hij daarvan vindt. Alles is mooi, leuk en goed. Als ik doorvraag blijkt het toch ook wel lastig te zijn. ‘Ze gebrauken moeilijke woorden Djap, veel moeilijk.’ Nog voordat mijn kopje weer leeg op tafel staat, is deze weer volgegoten. Dat ritueel herhaalde zich trouwens 7 keer. Hoe zeg je dat je na bijna 1,5 liter thee genoeg op heb? Ik weet dat ik niet zomaar nee kan zeggen, ook wil ik niet ondankbaar zijn. Maar 1,5 liter is voor iemand die sociaal wenselijk wil zijn zelfs veel…

Nee zeggen

‘Djap, wil jij thee?’ vraag mn Afghaanse gastheer. Ook omdat ik 1 jaar ouder ben, wil hij extra goed voor me zorgen. ‘Nee, dank je wel’ antwoord ik op mn beleefdste Nederlands. En duidelijk schrok hij. ‘Vind je de thee niet lekker?’ Oei, daar was ik al bang voor. Na 7 keer denk je dat toch niet meer? Daarom vraag ik hem: ‘hoe zeg je in Afghanistan dat het lekker is, maar ook dat je genoeg hebt gehad?’

De volgende keer als iemand uit het Midden-Oosten mij vraagt of ik thee wil, antwoord ik: ‘Ja graag! Erg lekker, maar ik heb genoeg gehad.’ Want ik wil wel thee, maar nu even niet…