1000 vragen


We zitten aan tafel en gaan bijna eten met de hele groep, kinderen en jongeren. Eén van de jonge jongens komt naast me zitten. “Jaap…”, begint hij. Ik weet dat dit nog even gaat duren. Daar komen zijn vragen!

Is de hemel eigenlijk blauw? En is de hel dan rood? En waarom heb je eigenlijk geen hemd aan? Is het niet lastig als er haar op je kin groeit? En is God ook in de hemel? Gaan we die dan zien?

Zo gaat het nog wel even door. Hij heeft altijd veel vragen. En toch geniet ik ervan. Hij groeit op zonder vader, en kan daardoor bepaalde vragen niet thuis stellen. Af en toe komt hij echte ‘mannenvragen’ stellen, afgewisseld met nadenkvragen over het geloof. Eigenlijk ben ik gericht op jongeren, maar ik geniet wel van zijn vragen.

Het is bij hem geen fase, hij stelt al jaren veel vragen. Als je nieuwsgierig bent, ontdek je veel van het leven!

Langzamerhand is hij te oud aan het worden voor het kinderwerk en zal hij met ons mee gaan doen. Ik bid dat zijn ‘zin om dingen te ontdekken’ zal blijven. De jongeren om me heen glimlachen en vragen zich af of deze kleine man nooit moe wordt van zichzelf. “Nee hoor! Ik heb nog heel veel vragen!”, is het rappe antwoord. Ik glimlach, want bij de bijbelstudie stellen diezelfde jongeren minstens net zoveel vragen. Maar als je ze zelf stelt, is het vast minder vermoeiend.


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.